Aromatherapie
Aromatherapie bestaat al heel lang. Volken en culturen hebben altijd geëxperimenteerd met allerlei delen van planten voor religieuze, medische en kosmetische doeleinden. In oude beschavingen werden bepaalde planten als heilig beschouwd en gebruikt als rituele offers, vaak door ze te verbranden.
De term aromatherapie werd bedacht door R.M. Gattefossé, een Franse chemicus die met etherische olieën werkte in de cosmeticabranche. Zijn interesse in etherische olieën nam toe nadat hij bij een laboratoriumexplosie zijn hand hevig had verbrand en deze in lavendelolie had gedoopt. Tot zijn verbazing heelde zijn hand snel en zonder littekens.
Jean Valnet een huisarts die zich liet inspireren door het werk van Gattefossé, kreeg oog voor de ongelooflijke mogelijkheden van geneeskrachtige kruiden toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog gewonden behandelde. Hij publiceerde hierover een boek, in het Engels The practice of Aromatherapy. Dankzij dit boek is aromatherapie nu steeds meer erkend als aanvullende behandelingsvorm.
Lavendellucht wordt nu soms gebruikt op ziekenzalen. Het ruikt niet alleen lekker, maar het voorkomt ook infecties. In Japan wordt pepermuntgeur gebruikt in kantoorruimten omdat het het concentratievermogen vergroot.
Etherische olieën kun je op tal van manieren gebruiken, je kunt ze inhaleren, verstuiven, in bad doen, je kunt ze innemen (alleen onder deskundige begeleiding) en in mijn praktijk gebruik ik ze veelal om mee te masseren.
