Natuurgeneeskunde

De betekenis van ziekte in de natuurgeneeskunde

In de natuurgeneeskunde beschouwt men ziekte als een doelmatige afweer van het lichaam tegen gifstoffen. Het lichaam heeft een zelfgenezend vermogen en kan dit in werking stellen door bijvoorbeeld koorts aan te maken om een infectie te bestrijden.

Het zelfgenezend vermogen is één van de basisprincipes waarop de natuurgeneeskunde steunt. Je lichaam kan zichzelf prima genezen. Denk maar eens aan een klein schaafwondje. Daar hoef je niets aan te doen. Je lichaam herstelt de huid vanzelf.

MedicijnenZiekte in ons dagelijks leven

In deze tijd hebben we echter geen tijd meer om ziek te zijn. Het komt niet uit om uit te zieken omdat we op het werk worden verwacht. De ziekte wordt onderdrukt met farmaceutische middelen en het lichaam heeft geen andere uitweg dan de gifstoffen, die het had willen uitscheiden, op te slaan. Onze zelfgenezende kracht wordt hierdoor ondermijnd, maar ook een verkeerde voeding, negatieve emoties, milieuvervuiling en voortdurende stress spelen mee in het ontstaan van (chronische) ziektes.

In de natuur zie je dat dieren instinctief op zoek gaan naar genezende kruiden en hun lichaam reinigen door te vasten. Ook kleine kinderen weigeren om te eten als ze ziek zijn. Wij zijn echter ver van onze natuur afgedreven en leven niet volgens onze eigen natuur. We hebben geen contact meer met onze intuïtie, of met ons lichaam en voelen niet wanneer de grens tussen gezond en ziek zijn wordt overschreden.